Er is een nieuw boek: The Presentation Secrets of Steve Jobs. Geschreven door Carmine Gallo, van Gallo Communications. In het kort doet mr. Steve drie cruciale dingen die hem tot presentatie-goeroe maken:
Hij geeft geen presentatie, hij vertelt een verhaal
Hij presenteert geen product, maar bezorgd je een beleving
Hij… oefent
Gallo walks the talk en heeft een samenvatting van zijn boek op Slideshare.net gepost. Check it out:
Meer over de presentaties van Steve vind je trouwens in vorige post.
Wie een pracht van een presentatie maakt heeft een pracht van een projector nodig. Niets is zo vervelend als ontzettend veel werk steken in het visuele aspect van je presentatie, om dan te moeten beseffen dat het effect verloren gaat met de projectie. Alles hangt hier af van de beamer/projector die je gebruikt. Enkele weetjes.
Bij de keuze van een beamer kan je een aantal dingen overwegen: resolutie, helderheid, gewicht & draagbaarheid, functies en ten slotte budget.
1. Resolutie
Resolutie is een indicatie van de hoeveelheid pixels die een projector (net als een computer) gebruikt om een beeld te creëren. Hoe meer pixels, hoe hoger de resolutie. Meestal lees je het in twee getallen, als in “1024 x 768″. Of in een lettercode, als in XGA (eXtended Graphics Array). Hoe hoger de resolutie, hoe meer visuele details worden weergegeven. Omdat er namelijk meer pixels worden weergegeven is elke pixel kleiner en dus minder zichtbaar als pixel op zich. Hoge resolutie projectoren zijn echter erg duur, en voor basispresentaties volstaat een lage resolutie. SVGA (800 x 600) is een begin, maar XGA (1024 x 768) is vandaag de standaard, met WXGA (1280 x 768) als haar breedbeeld-variant. SXGA+ is een stapje hoger en vooral geschikt voor gedetailleerde foto’s en graphics (maar overkill voor tekst). UXGA (1600 x 1200) is de top.
Belangrijke overweging is dat de beste resolutie diegene is die je computer heeft. Op die manier krijg je exact dezelfde weergave op het diascherm als op je computer.
2. Helderheid
De hoeveelheid licht die een projector ‘beamt’ wordt gemeten in ‘lumen’. Hoe helderder de projector, hoe meer lumen. Helder is echter niet altijd beter, en volgende zaken dien je te overwegen:
Hoeveel mensen zullen in de zaal zitten? Hoe meer mensen, hoe groter het geprojecteerde beeld. Hoe groter het geprojecteerde beeld, hoe meer het licht uit de projector over een oppervlakte wordt gespreid, en hoe meer helderheid dus verloren gaat.
Hoeveel licht is er in de zaal? Een donkere zaal geeft het beste beeld, ongeacht de helderheid van de projector. Maar een zaal heeft licht nodig, opdat mensen kunnen noteren, voor oogcontact,… Hoe meer licht in de zaal, hoe helderder je projector moet zijn. Maar een té helder geprojecteerd beeld geeft je publiek hoofdpijn. Een belangrijke factor dus.
Wat voor scherm heb je? De meeste schermen vandaag hebben een goede lichtreflectie, wat zelfs een lage-helderheid-projector goed laat uitkomen in de juiste setting. Als de zaal geen scherm heeft ben je beter met een hoge helderheid.
Waarvoor heb je het nodig? Trainingen en workshops vragen meer helderheid, want meer zaallicht om te noteren en te communiceren. Presentaties met sterke visuals, foto’s en videobeelden worden meestal in een verduisterde zaal getoond, en hebben dus minder helderheid nodig.
De verschillende projectoren worden per 1000 lumen geclassificeerd.
Minder dan 1000 lumen: vaak kleine en draagbare projectoren. Vaak ook het goedkoopst. Voor video’s en fotografie zal je je zaal moeten verduisteren.
1000 tot 2000 lumen: een stapje hoger. Worden gebruikt in business settings en workshops. Je zal de lichten een beetje moeten dimmen, maar volledig verduisteren zal niet nodig zijn.
2000 tot 3000 lumen: voor grote conferentiezalen. Kan veel zaallicht aan zonder het beeld te verknoeien. Kan ook groter geprojecteerd worden omdat het aantal lumen een groot scherm aankan.
3000 lumen en meer: ultra-heldere projectoren (gaan tot 12000 lumen) die voornamelijk voor grote publieken, auditoria, kerken, concerten, nachtclubs, etc…. gebruikt worden.
3. Gewicht
Gewicht is afhankelijk van of je hem wil meedragen of niet. De meeste draagbare projectoren vind je onder de 3 kilogram. De beter presterende projectoren vind je tussen de 3-5 kilogram en het zwaar geschut (dat je niet van hot naar haar meesleurt) weegt tot 7 kilogram.
4. Functies
Zoom lens: geeft je de mogelijkheid de projector op een gepaste plaats te zetten en de grootte van het beeld te wijzigen. De meeste draagbare projectoren hebben een zoom lens met beperkt bereik, de goedkoopste hebben er geen. Een lens met zoom van 1.2:1 past je beeld aan met 20 %. Dat kan je zelf ook doen door je projector 30 cm naar achter te schuiven. Een zoom lens varieert van 1.1:1 tot 2.0:1, hoe hoger het cijfer hoe sterker.
Keystone correctie: past het beeld aan wanneer je het niet loodrecht op het scherm projecteert. De basis is een verticale keystone correctie, die het trapezium-effect corrigeert dat je krijgt wanneer je de projector omhoog of omlaag kantelt. Een stap verder is een horizontale keystone correctie, die je nodig hebt wanneer je schuin naar het scherm projecteert. Keystone correctie doet inboeten aan scherpte, maar kan onmisbaar zijn wanneer je beperkt bent in ruimte om loodrecht te presenteren.
Contrast: of de ratio tussen het lichtste en het donkerste deel van het beeld. De contrast rating van een projector geldt onder ideale omstandigheden en is dus theoretisch. In de meeste zalen heb je storingen van daglicht op het scherm, en het verschil tussen een contrast van 400:1 en 1500:1 maakt dan nauwelijks een verschil. In die situaties is lumen een veel betere maatstaf. In verduisterde ruimtes is contrast wel belangrijker, vooral voor het vertonen van foto’s en videobeelden.
5. Budget
Prijzen variëren van 299 euro (Acer K10, SVGA, 100 lumen) tot 69228,25 euro (Panasonic PT-DZ 12000E, WUXGA, 12000 lumen). Daartussen vind je natuurlijk een enorme keuze. Check Beamershop24 voor meer info.
Een beeld zegt meer dan 1000 woorden. Dat weten we ondertussen allemaal. Wanneer je dus in een presentatie over bijvoorbeeld armoede niet enkel wilt informeren maar je publiek ook emotioneel raken, dan gebruik je best beelden van het probleem – foto’s van mensen in benarde situaties. Je hebt woorden nodig om te informeren en het verhaal te vertellen, maar je hebt beelden nodig om aandacht te trekken en je boodschap te doen plakken, toch? Niet noodzakelijk. Dynamische, of bewegende letters zijn een krachtige en creatieve manier om emotie toe te voegen, een gemoedstoestand te creëren, dingen te benadrukken, enz. op een manier die een verhaal versterkt op een super visuele manier door enkel letters en beweging te gebruiken.
Een voorbeeld: een ontzettend leuke, korte presentatie dat een beklijvend verhaal vertelt en enkel letters en muziek gebruikt. The Girl Effect.
Presentaties hebben een nauwere relatie met reclameborden dan enig ander medium. Pendelaars die langs een reclamebord rijden moeten de informatie zeer snel verwerken. Stel je een reclamebord vol bullets voor: bestuurders zouden crashen terwijl ze er iets uit proberen op te maken.
Vraag jezelf af of je boodschap kan verwerkt worden binnen de drie seconden. Je publiek moet onmiddellijk de betekenis van je slide vaststellen voor het haar aandacht terug op jou richt. Ter vergelijking: toen reclameborden eerst verschenen ontstond er een gigantische publieke bezorgdheid over de veiligheid van bestuurders en visuele vervuiling van het landschap. Verbazingwekkend hoe weinig protest er is tegen visuele vervuiling van congreszalen.
Eén cruciaal element in reclameborden dat ik wil toelichten is het lettertype. Sommigen zeggen dat dit de moeite niet waard is om extra aandacht aan te besteden, anderen zeggen dat dit net het punt is waar professionals afstand nemen van amateurs. Het is een feit: lettertypes zijn een fundamenteel onderdeel van onze cultuur sinds eeuwen. Mensen kunnen op een natuurlijke en gemakkelijke wijze herkennen wanneer het gebruik van lettertype gebalanceerd en goed aangewend is. Kijk naar Apple en Adobe, twee firma’s die zweren bij een weloverwogen gebruik van lettertype.
Ieder lettertype heeft zijn eigen persoonlijkheid: serieus of speels, statig of vriendelijk, sterk of nederig. Hieronder zie je twee lettertypes: bekijk ze eens en bestudeer ze.
Let op de hoogte en het gewicht. Kijk naar de verschillende vormen die de ‘ascender’ en de ‘descender’ creëren. Kijk naar de unieke vormen in de negatieve ruimte van de letters, de ‘counters’. Er zijn twee grote groepen lettertypes: de ’serifs’ en de ’sans serifs’. De ’serif’ is het kleine voetje dat de verschillende letters quasi met elkaar verbind. ‘Sans serif’, zonder voetje, is groter, steviger. Ze worden vaak in kinderboeken gebruikt vanwege hun eenvoud. Sommigen vinden ze moeilijker leesbaar, dus worden ze vooral gebruikt in hun grote versies: in titels en op … reclameborden. Ik vind ’sans serif’ lettertypen het best geschikt voor presentaties.
Er is een speciale uitdaging verbonden met het geven van presentaties. Als verteller heb je een heel verhaal in je hoofd, een hele redenering. Dat verhaal is vaak het verhaal van stevig onderzoek, of een jarenlange expertise in een vak. Diverse impulsen, hersenkronkels, hebben je presentatie gemaakt tot wat ze is.
Gevaar: voor je publiek kunnen die hersenkronkels als volgt overkomen:
Daarom het volgende: voorzie voldoende wegwijzers voor je publiek. Zorg ervoor dat ze weten waar ze aan toe zijn. Waar ze zich bevinden. Je kan dat doen op de volgende manieren:
Preview: nadat je het ijs hebt gebroken en je hoofdboodschap in de ring hebt gegooid kan je een tipje van de sluier oplichten van je belangrijkste argumenten. Verklap echter nog niet alles! Een soort preview in een presentatie over treinvertragingen (ik zit in de trein wanneer ik dit artikel schrijf) kan bijvoorbeeld zijn ‘We zitten met een probleem qua stiptheid van de treinen. Ik ga u een zicht geven op de grootte van dit probleem aan de hand van enkele statistieken en getuigenissen van treinreizigers. Daarna geef ik u een beeld van hoe een NMBS met stiptere treinen er zou kunnen uitzien en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Ten slotte geef ik u een mogelijke oplossing voor dit probleem.
Overgang: de overgang tussen de verschillende punten om je hoofdpunt te ondersteunen. Bijvoorbeeld ‘Tot zover het probleem. Hoe zou een NMBS met stiptere treinen er nu uitzien?’.
Review: een ‘recap’ van je belangrijkste punten. Die maak je net voor je finale conclusie. Als in ‘Ik heb u zonet verteld wat het probleem is met treinen die niet stipt op tijd rijden. Ik heb dat uitgediept aan de hand van enkele statistieken en getuigenissen. Daarna hebben we samen stilgestaan bij een ‘ideale NMBS’, met 100 % stipte treinen. Tot slot heb ik u een oplossing voorgesteld. De conclusie van dit alles is…’.
Nancy Duarte van Duarte Design heeft een nieuw boek gelezen: “Practical Charting Techniques” van Mary Eleanor Spear. Nieuw, ‘t is te zeggen: het is geschreven in 1969. Spear was een befaamde statistica in dienst van overheden, gouverneurs, presidenten,…
Sprekend citaat:
The response to a visual presentation will determine its value.
Volgens haar kwam een presentatie vroeger tot stand door een zeer nauwe samenwerking tussen een communicatie-expert, een graphisch analyst en een tekenaar. Het resultaat van die samenwerking was een presentatie die slechts EEN mogelijke interpretatie had.
Prachtig schema, en het toont exact waarom presentaties vandaag falen. Vroeger waren er drie hoogopgeleide professionals nodig voor één presentatie. Met de komst van Powerpoint en Keynote vallen die rollen samen in één persoon die meestal voor geen van de drie is opgeleid.
The viewer’s first impression upon seeing a chart is vital. Attract him, and you can hold him if your message is clear and concise. Do not clutter up the chart. Trying to tell too much will only confuse the story.
Interessante uiteenzetting gezien op TED (dank u Ben voor de tip): Tom Wujec.
Tom Wujec is een ‘visualisation expert’. Hij helpt bedrijven uit de Fortune 500 in het visualiseren van bedrijfsprocessen, strategieën, e.d. Sinds 2005 is hij elk jaar Op TED te zien geweest met interessante visualisaties. In 2008 maakte hij een schets van elke presentatie die op TED gegeven was. Eén schets, die de essentie van elke presentatie moest vatten.
Volgens Tom Vujec creërt ons brein betekenis door visualisatie. Dat gaat als volgt:
Ons brein onderzoekt beelden door ze te ‘ondervragen’. Wat speelt zich daar af? Wie is dat? Waarom is die daar?
Daardoor verwerkt het brein de informatie selectief.
Door die selectieve verwerking creëert het brein een ‘unified mental model’ dat wordt opgeslagen en onthouden.
Hij trekt hier drie lessen uit:
Gebruik beelden om te verduidelijken wat je communiceert.
Maak die beelden interactief om de breinen van je publiek te betrekken.
Maak dat alles intenser door consistent te blijven in de manier waarop je visualiseert.